Van Kempen KlokkenKlokken in huis, per kamer en per woonstijl

Home/Begrippen

Begrippen

Begrippenlijst

Productteksten van klokkenwinkels staan vol met woorden die nergens worden uitgelegd. Hieronder staan de termen die het vaakst terugkomen, geordend naar het moment waarop ze opduiken.

De volgorde is niet alfabetisch maar praktisch. Wie een klok uitzoekt komt eerst de begrippen uit de eerste groep tegen, wie hem ophangt de tweede, en zo verder. Onderaan staat een alfabetisch register.

Bij het kiezen

Doorsnede
De buitenmaat van de klok over de breedte, doorgaans in centimeters. Bij een klok met stralen of een onregelmatige rand slaat de opgave soms alleen op de wijzerplaat; de buitenmaat kan dan aanzienlijk groter zijn.
Wijzerplaat
Het vlak waarop de tijdaanduiding staat. Ook wel het blad genoemd.
Minutenring
De ring met streepjes of cijfers voor de minuten, meestal aan de buitenrand van de wijzerplaat.
Stil uurwerk
Een uurwerk waarbij de secondewijzer in zeer kleine stappen doorloopt in plaats van per seconde te springen, waardoor er geen hoorbare tik ontstaat. In de handel ook aangeduid als sweep of geruisloos.
Sweep
Engelse aanduiding voor hetzelfde principe als een stil uurwerk.
Radiografisch
Een klok die een tijdsignaal ontvangt en zich daarmee zelf gelijk zet, inclusief de overgang naar zomertijd.
Woordklok
Een klok die de tijd in woorden weergeeft, bijvoorbeeld met oplichtende letters in een raster.
XXL-klok
Handelsaanduiding voor extra grote wandklokken, doorgaans vanaf ongeveer zestig centimeter doorsnede.
Skeletklok
Een klok zonder gesloten wijzerplaat, waarbij de wand of het uurwerk door de constructie heen zichtbaar blijft.
Zonneklok
Een wandklok met stralen rond de wijzerplaat, kenmerkend voor de jaren vijftig. Niet te verwarren met een zonnewijzer.

Aan de wand

Ophangoog
Het metalen oogje of het uitgespaarde gat aan de achterzijde waarmee de klok aan een schroef of spijker hangt.
Hollewandplug
Bevestigingsmiddel voor gipsplaat, dat zich achter de plaat uitvouwt of omklapt. Beperkt in draagvermogen.
Waterpas
De toestand waarin de klok recht hangt. Voor een slingerklok een voorwaarde om te blijven lopen.
In slag stellen
Het zo plaatsen van een slingerklok dat de tik aan beide kanten gelijkmatig klinkt. Meestal een kwestie van de kast enkele millimeters verschuiven.
Slingerlens
De ronde schijf onderaan de slinger, die langs de slingerstang verschoven kan worden. Omhoog laat de klok sneller lopen, omlaag langzamer.
Gangreserve
De tijd die een uurwerk blijft lopen na een volledige opwinding. Een dagwerk loopt ongeveer dertig uur, een achtdaags uurwerk ruim een week.
Vrije hoogte
De ruimte onder een gewichtklok waarin de gewichten kunnen dalen. Bepalend voor de ophanghoogte.
Kijkafstand
De afstand tussen de klok en de plek waar hij het vaakst wordt gelezen. Bepaalt het minimale formaat.

In het uurwerk

Uurwerk
Het geheel van aandrijving, overbrenging en regeling dat de wijzers aandrijft.
Ontsnapping
Het onderdeel dat de energie in gedoseerde stapjes doorlaat en daarmee het tikken veroorzaakt. Ook wel echappement genoemd.
Anker
Het deel van de ontsnapping dat het ankerrad afwisselend vasthoudt en loslaat.
Onrust
Een trillend wieltje dat bij draagbare en kleine uurwerken de rol van de slinger vervult.
Platine
De metalen plaat waartussen de raderen van een mechanisch uurwerk zijn opgesteld.
Veerhuis
De trommel waarin de drijfveer van een veerwerk is opgeborgen.
Gewichtwerk
Een uurwerk dat wordt aangedreven door dalende gewichten in plaats van door een veer.
Quartzuurwerk
Een uurwerk met een trillend kwartskristal als tijdbasis, aangedreven door een batterij.
Synchroonmotor
Een motor die de frequentie van het elektriciteitsnet volgt, gebruikt in elektrische klokken uit het midden van de twintigste eeuw.
Nevenwerk
Een klok zonder eigen tijdregeling, die pulsen ontvangt van een hoofdklok. Gebruikt in scholen, fabrieken en op stations.
Hoofdklok
De centrale klok die de nevenwerken aanstuurt.
Slagwerk
Het mechaniek dat de uren en soms de halve uren of kwartieren hoorbaar maakt.
Bimbam
Een tweetonig slagwerkmotief dat aan de uurslag voorafgaat.
Westminster
Een slagwerk dat op elk kwartier een steeds langer wordend motief speelt en daarna het uur slaat.
Nachtafslag
Een voorziening die het slagwerk gedurende de nacht uitschakelt, met de hand of automatisch.

Bij de koekoeksklok

Bahnhausle
Het kastmodel in de vorm van een spoorweghuisje, ontstaan uit een prijsvraag van de klokkenmakersschool in Furtwangen in 1850. De basis van de vorm die nu als klassiek geldt.
Blaasbalg
Het balgje dat lucht door een houten pijpje perst en zo een van de twee tonen van de koekoeksroep voortbrengt.
Speelwerk
Een mechaniek met een kamwals dat na de uurslag een melodie speelt en vaak ook de bewegende figuren aandrijft.
Dennenappel
De vorm van de gewichten aan de kettingen van een mechanische koekoeksklok.
Eendaags uurwerk
Een uurwerk met een gangreserve van ongeveer dertig uur, dat dagelijks wordt opgetrokken.
Achtdaags uurwerk
Een uurwerk dat ongeveer een week loopt op een opwinding, met een grotere daling van de gewichten.
VDS-certificaat
Een echtheidsverklaring voor koekoeksklokken die daadwerkelijk in het Zwarte Woud zijn vervaardigd, uitgegeven door de vereniging Verein die Schwarzwalduhr.

Bij oude klokken

Comtoise
Franse staande klok uit de Franche-Comte, herkenbaar aan het gebogen slingerblad en de naar onderen uitzwellende kast.
Regulateur
Een wandklok met smalle kast en zichtbare slinger, oorspronkelijk bedoeld als nauwkeurige referentieklok.
Stoelklok
Een Nederlandse wandklok die op een houten console rust, met een geschilderde wijzerplaat en zichtbare gewichten.
Staartklok
Friese wandklok met een langere kast onder de wijzerplaat, waarin de slinger zichtbaar hangt.
Pendule
Een schouwklok, bedoeld voor de schoorsteenmantel.
Stolpklok
Een tafelklok onder een glazen stolp, vaak met een langzaam wentelende torsieslinger.
Revisie
Het uit elkaar nemen, reinigen, herstellen en opnieuw oliƫn van een mechanisch uurwerk.
Patina
De laag die in de loop van de tijd op metaal en hout ontstaat. Bij oude klokken doorgaans een reden om terughoudend te poetsen.
Craquele
Het fijne barstpatroon in een oude laklaag of verflaag op een wijzerplaat.
Email
Gebakken glas op staal, gebruikt voor wijzerplaten en reclameklokken. Kleurvast maar gevoelig voor afsplinteren.

Verder lezen

De begrippen uit de eerste groep komen terug bij formaat en kijkafstand, die uit de tweede bij ophangen en bevestigen, en die uit de derde bij uurwerk en voeding. De koekoeksklokbegrippen staan in hun context op de afdeling koekoeksklok en de historische termen bij klassieke klokken.